| nieuws | autonoom werk | opdrachten | TEKSTEN | cv + contact | home |

STATEMENT describing current practice

At the foundation of my work lies a strong sense of wonder about the fragility of life, wonder about the working of one’s memory, about the visible and the invisible. About how you remember your history, how you renew it and imagine it. These questions form the basic tones of my body of work. All of this is regularly conveyed by means of all kinds of elements that branch off from the whole. Sometimes, these are patterns that remind one of bloodstreams, but it could just as well be bundles of cables or city plans. Or other structures. So I often use branched or lace like structures as a metaphor for physical roots and memories, fanning out thoughts, and a fascination for nature. My work consists of sculptures, drawings, embroidery, video works and installations. I like to use textile materials as well as metal, wood, plaster, and so on. The choice of material depends on the concept. In commission I made fences, walls, floors, ceilings, seats. Sometimes with a recognizable detail, often with a function in everyday life.


PIECES

door Micha Ouwendijk

Geeft Karola Pezarro in haar ruimtelijke composities en structuren steeds meer uitdrukking aan persoonlijke ervaringen en indrukken, in haar gipsen gestaltes – door weefsels omhulde figuren – diept zij de verkenning van wie zij is, wat zij beleeft en eerder heeft beleefd, verder uit. Een verbindend element in haar werk zijn eironde vormen. Zij staan symbool voor de koesterende omhulling van het kwetsbare dat in wording is of misschien al gerijpt is. Tegelijk vormen de ovalen een haast afwerende schil rond de wirwar van herinneringen, gedachten, dromen en associaties die innerlijke leefwerelden zo complex maken. Diezelfde gelaagdheid van betekenissen zit ook in haar gestaltes. Hoe plomp die ook uit de grond verrijzen, zij hebben altijd iets fragiels. Zij ontstaan vanuit een samenspel van intuďtie en ratio. De gedaante die de gestaltes aannemen, bepaalt welke materialen er aan worden toegevoegd, de dikte van de draden en in welke verschijningsvorm zij zich presenteren. Een gebogen gestalte waarvan het hoofd verbonden is met een stam die uit de grond oprijst en gehuld is in een ragfijne mantel, is verstild in een kringloop tussen het begin en het eind van het leven, met alles wat er tussenin ligt. Van een andere gestalte roepen de gespen die haar omsnoerd houden, het besef op dat ieder individu, alleen en nietig in het universum, onlosmakelijk verbonden is met eigen lot en omstandigheden. Handelingen in het maakproces zijn bijna rituelen met iedere keer een andere gestalte als resultaat. De vrijheid die Pezarro voelt om vanuit intuďtie te werken, stuurt haar richtingen op waarbij de omhulling telkens bedoeld is om datgene te beschermen wat haar gestaltes tot uitdrukking brengen en tegelijkertijd in zich verbergen.


TUSSEN DE TIJD

door Sandra Spijkerman

BETWEEN TIME download pdf INMITTEN DER ZEIT download pdf

1. Serendipiteit
Ooit las ik als tiener het boek ‘Weg uit het verleden’ van Anke de Vries (Lemniscaat, 1982). Een indrukwekkend verhaal over een jongen die zijn vriendin verliest bij een auto-ongeluk en als gevolg daarvan te maken krijgt met angstaanvallen. Het loopt goed af: hij vindt een nieuwe vriendin. Het is niet zozeer dit verhaal dat mij altijd is bijgebleven. Het was een uitspraak van de oom van Juliette, de nieuwe vriendin. Die handelde in antiek en brocante en had als levensmotto: “[…] als je in het leven moet kiezen tussen het nuttige en het overbodige, dan moet je altijd voor het overbodige kiezen. (p. 85)”

Vaak wordt de kunst als overbodig gezien, als schijnbaar nutteloos. Maar het gaat ook om die dingen die je vanuit je ooghoek waarneemt, de kleine details. Onbelangrijk misschien voor het grotere geheel, maar desondanks cruciaal voor een beter begrip of een andere blik. Daar draait het ook in het werk van Karola Pezarro om. Ogenschijnlijk onbelangrijke zaken, zoals de rails van de tram, een bos zeewier of een stadsplattegrond, ze blijken voor haar oeuvre essentieel.

Halverwege de achttiende eeuw introduceerde de Britse kunsthistoricus en politicus Horace Walpole (1717-1797) het begrip ‘serendipity’, ofwel serendipiteit. Het was afkomstig van een Perzisch sprookje over drie prinsen van Serendip, de oude Perzische naam voor Sri Lanka. De boodschap van dat sprookje luidt dat slimme mensen met een alerte geest beter in staat zijn om ontdekkingen te doen aan de hand van toeval. Serendipiteit wordt ook vaak gedefinieerd als het vinden van iets onverwachts en bruikbaars, terwijl je op zoek was naar iets totaal anders. In beide gevallen gaat het erom dat je open staat voor het schijnbaar overbodige, het toevallige detail. Daar is in het poëtische werk van Pezarro ook sprake van. Zij probeert het ongezochte te vinden.

2. Transparante herinneringen
In een hoek van Pezarro’s atelier hangt begin februari 2010 een proefopstelling. Een proefopstelling voor een reprise. Kort gezegd betreft het een paar waslijnen met papiertjes. Maar die omschrijving is te plat voor een dergelijk poëtisch geheel. Ten eerste zijn de waslijnen zelf niet van dat akelige, felgekleurde plasticdraad, maar van fraai dun metaal. En het papier is al even verfijnd. De kleine rechthoekjes zijn prachtig teer, vrijwel kleurloos en bijna doorzichtig. Uitgeknipt en dubbelgevouwen hangen ze als transparante herinneringen over de lijnen.

Naast deze ‘Transparante herinneringen’ bevindt zich een proefopstelling voor het nieuwe ‘Tussen de tijd’, bestaande uit op de muur geprikte wolkjes van transparant stiksel. Er zijn woorden op geborduurd: glimlach, gesprek met vader, in control. Sommige van die wolkjes zijn met elkaar verbonden door een dun, lichtgrijs draadje borduurgaren. Nauwelijks zichtbaar is die verbinding uitermate fragiel.

Beide opstellingen zijn twee cruciale werken binnen het oeuvre van Pezarro. ‘Transparante herinneringen’ vormt een breuk met haar vroege, tamelijk abstracte werk. Geschoold in de traditie van de Haagse constructivisten heeft Pezarro tot het einde van de jaren tachtig in haar werk vooral onderzoek gedaan naar vorm, structuur en materiaalgebruik. Constructies met stapels papier, textiel in verschillende patronen gevouwen, soms gekleurd. Kunst van Nul-kunstenaars als Jan Schoonhoven vormde in die tijd een belangrijk referentiepunt. Nergens is Pezarro’s vroege werk helemaal strak en recht, laat staan haaks. Ook toen al ging het om kijken, spelen en reflecteren. Om schoonheid met een rafelrandje.

Tegen het eind van de jaren tachtig voldeed die concentratie op alleen de (geometrische) vorm niet langer. Het onderzoek met hele kleine stapjes stond te ver af van Pezarro’s dagelijks leven en haar eigen beleving. Ze wilde over – delen van – het leven zelf vertellen. Bijvoorbeeld over wat er gebeurt in de hoofden van al die mensen die op straat lopen. Om die kakofonie te visualiseren, had ze een andere beeldtaal nodig. Op dat moment nam ze de stap om figuratie en betekenis toe te laten. Dat resulteerde in 1990 in ‘Transparante herinneringen’.

Aan de basis van dit werk en al haar werk sindsdien ligt de grote verwondering over hoe je geheugen werkt, het zichtbare en het onzichtbare. Over hoe je je geschiedenis herinnert, vernieuwt en verzint. Over wat waar is en wat niet. Deze vragen vormen de grondtonen van Pezarro’s oeuvre. Dit alles verbeeldt ze regelmatig door middel van allerlei soorten vertakkingen. Soms zijn dat patronen die aan bloedbanen doen denken, maar het kunnen evengoed bundels snoeren en stadsplattegronden zijn. Of andere structuren.

Met ‘Transparante herinneringen’ legt Pezarro ook de basis voor wat in ‘Tussen de tijd’ nog verder is uitgegroeid en uitgekristalliseerd. Omdat herinneringen zo fragiel zijn, was de ‘ontdekking’ van het borduren cruciaal. Zo’n twee jaar geleden begon ze daarmee. In het verleden heeft zij altijd veel getekend. Ook toen al opvallend vaak vertakkingen, stambomen, levenspaden, gedachten. Met de naaimachine blijk je dergelijke tekeningen probleemloos te kunnen maken. Pezarro probeerde op de naaimachine uit wat er gebeurde als je een splitsing maakte. Al doende ontdekte ze de mogelijkheden. Het is een soort tekenen met draad.

Zoals criticus Antonie den Ridder zo mooi omschreef, probeert Pezarro “het ongezochte te vinden”. Zonder vooropgezet plan gaat ze aan de slag met het materiaal. Pas als ze er mee speelt en de dingen laat gebeuren, wordt ze zelf verrast. Natuurlijk moet je daar wel oog voor hebben en er op het juiste moment iets mee doen. Een intuďtief werkproces dus dat zijn vertrekpunt vindt in de vaste thematiek.

3. Innerlijke architectuur
Behalve dat ze veel tekent, is Pezarro ook altijd aan het fotograferen. Haar belangstelling voor architectuur, het gebouwde en de stad, nog zo’n grondtoon in haar oeuvre, is daarin goed terug te zien. Maar ook de natuur keert er regelmatig in terug. Na een periode van werken in opdracht, wilde ze zich weer concentreren op haar vrije werk. Daarom fotografeerde ze vanaf 2003 twee jaar lang stukjes van haar woon- en geboorteplaats Den Haag. Ze zwierf door de stad en legde details ervan vast. Haar intuďtieve routes tekende ze in op de stadsplattegrond.

Vervolgens combineert, tekent, schrijft, zoomt Pezarro zodanig in dat er weer nieuwe beelden ontstaan met andere betekenissen. Op een heel intuďtieve manier koppelt zij de plattegrond van de stad aan haar innerlijke plattegrond. Zo blijkt dat deel van het stadsplan met haar geboortewijk in de geborduurde versie van Pezarro ineens een foetus, terwijl bij een andere koppeling en invulling een sterke rode vrouw uit de plattegrond oprijst. Telkens blijkt dat een plek in de stad op meer niveaus betekenis krijgt: het persoonlijke én het universele.Daarbij komt dat hetgeen bij Pezarro letterlijk is, daarnaast ook een overdrachtelijke betekenis heeft.

Dat geldt eveneens voor haar meer recente borduursels getiteld ‘Inna Architektura’. Voor deze prachtige en fijne geborduurde beelden heeft Pezarro foto’s van plekken in Den Haag uit haar project ‘Stad, ik, beeld’ als uitgangspunt genomen. Vervolgens heeft ze die zodanig geprepareerd dat ze ze met de naaimachine kon ‘tekenen’. Dat heeft een abstraherende werking die opnieuw een extra betekenislaag toevoegt.

Zo is de koepel op de Haagse passage een letterlijke plek, een stuk architectuur. Teken je uit je hoofd zo’n koepel, dan kom je algauw uit op een ronde vorm. Maar als foto heeft hij een vertekend perspectief. Dat maakt juist de foto interessant. Samen met de ijle werking van de geborduurde tekening en de lichte blauwe kleuren maakt hij dat je onwillekeurig aan een hemelkoepel moet denken. Aan het bovennatuurlijke. En dat is toch een merkwaardige tegenstelling als je bedenkt dat die koepel zelf hartje centrum boven het stadsgedruis hangt. Normaal gesproken kom je tot dergelijke ontroering alleen op stille plekken (natuur, kerk, begraafplaats).

Om meer afstand te krijgen tot het oorspronkelijke alledaagse onderwerp heeft Pezarro van sommige foto’s een tweede versie gemaakt. Nog ijler is de spinnenwebachtige versie van de koepel met oranje en gele puntjes. Uitermate precies weet ze op deze manier iets lokaals en alledaags tot iets universeels en existentieels te verheffen. Door het gekozen materiaal en de techniek krijgt het iets lichtvoetigs. Bovendien zit er een heel subtiel vleugje humor in: want wie borduurt er nu een hemelkoepel op de naaimachine?

4. Sluier
Los van verschillende zijpaden ontwikkelde Pezarro haar vrije werk van ‘Transparante herinneringen’ via ‘Stad, ik, beeld’ naar de ‘Inna Architektura’-borduursels. Voorlopig sluitstuk is ‘Tussen de tijd’. Daarin vallen kleur (wit en heel lichtgrijs), materiaal (prachtig borduurgaren en fraai geweven textiel) en thematiek (herinneringen en de werking daarvan) nog meer samen. Het gebruik van tekst maakt dat dit voorlopige sluitstuk tegelijkertijd een nieuw begin betekent.

Pezarro’s werk ontstaat vanuit een niet zeker weten, een zoeken. Daardoor heeft zij ook geen echt plan. Eigenlijk probeert zij iedere keer een tipje van de sluier op te lichten, om een beetje licht te laten schijnen op een stukje van het wonder van het leven. Daartoe moet ze veel ruimte laten en zich openstellen voor het onverwachte, het schijnbaar overbodige. Net als in het leven zelf.

Uit: 'Tussen de tijd - Karola Pezarro', deel 26 in de serie Haags Palet.Deze publicatie werd gepresenteerd tijdens de overzichtstentoonstelling TUSSEN DE TIJD in Museum Rijswijk op 21 november 2010.


OM HET ONGEZOCHTE TE VINDEN

door Antonie den Ridder

Wat drijft de ontdekkingsreiziger, die zonder nauwkeurig omschreven doel het ruime sop kiest? Welke wetenschappelijke onderzoeker ziet af van het stellen van een hypothese in zijn queeste naar kennis? En welke kunstenaar schept beelden zonder de eindresultaten reeds als glimp gekoesterd te hebben in de verbeelding? Karola Pezarro tracht vooronderstellingen zoveel mogelijk te mijden en koestert de zinnen uit een gedicht van Roberto Juarroz. “Om iets te vinden, moet je zoeken wat het niet is”. Dus doorkruist ze de stad op zoek naar beelden en legt ze de beweeglijke patronen van licht en schaduw vast. Bestudeert ze de vormen, waarin groei, voortbestaan en afsterven zich manifesteren. En niet in de laatste plaats de vervlochten structuren van het denken en gevoel zelf. Dit beeldenarsenaal vormt de rijke ertsader, waaruit Pezarro de beeldtaal delft, die haar reis door het leven kan visualiseren.

Beelden, die in onderlinge kruisbestuiving en onder invloed van het combinerende en associërende ingrijpen van Pezarro gemeenschappelijkheden lijken te openbaren. De ijle contouren van een overkoepelende structuur, die zowel de innerlijke belevingswereld van de waarnemer als de waargenomen wereld omvat. Zodat de innerlijke plattegrond van het persoonlijke samenvalt met die van de geobjectiveerde werkelijkheid. Dit alles niet geheel zonder het optreden van fricties. Maar Pezarro geeft ook deze gegevenheden een plaats bij de realisering van het beeld. Perfectie is immers geestdodend. De systemen moeten schuren, opdat de waarnemer scherp blijft. Een wandeling door het hart van de stad wordt aldus niet enkel een verplaatsing in de ruimte. Maar tevens een verplaatsing in de tijd, het geheugen en de verbeelding. Een ultieme poging om de wereld te omhelzen zonder verlies van persoonlijkheid. Om zo de kennis te verwerven, die zich niet op de gebaande weg, maar verscholen in een zijsteegje blijkt te bevinden.

De beelden van Pezarro, ongeacht het materiaal waarin ze zijn uitgevoerd, ogen als driedimensionale tekeningen. Het is de lijn, die de ruimte afbakent en de vorm definieert. Doordat veel beelden een afschermende huid ontberen, ogen ze fragiel, transparant en naakt. Ze geven heel bewust de informatie over hun constructie prijs. Want juist die informatie maakt het de toeschouwer mogelijk de verbeelde fenomenen al associërend te vergelijken. Het stratenplan op de plattegrond, waarin een voortschrijdende dame of een opgerolde foetus schuilgaat, koppelt zich raadselachtig maar betekenisvol aan het draadskelet van een kikker. De schijnbare gewichtloosheid van de diepzeevissen vindt haar tegenpool in de buisvormige constructies van koralen op de vloer. Waar de structuren in elkaar grijpen vervlecht de hemel zich met de aarde.

Als gestaag groeiende verzameling vormen de beelden een inventarisatie van ijle, elkaar doordringende structuren. Die in hun gemeenschappelijkheid de architectuur van het leven zelf lijken te vormen. Een steeds wederkerend patroon van gestapelde elementen, afsplitsende takken, uitwaaierende en zich samenvoegende kluwens van kabels, draden en lijnen. Een complex systeem, dat niet op voorhand gekend kan worden en een alerte en onbevoordeelde grondhouding van de waarnemer vraagt. Want niet enkel een ongeluk zit in het kleine hoekje, maar ook het gelukkige toeval. En het toeval deelt de ruimte met de snelle vonk van het begrip en de mogelijke onthulling van een verborgen geheim. Het oeuvre van Pezarro maakt de toeschouwer tot een reisgenoot door onbekende verinnerlijkte werelden. Om met de woorden van de dichter Juarroz te eindigen. “Men komt altijd aan, maar altijd elders”.

Uit: Beeldsupplement 32 bij het tijdschrift Beelden 2006-1.


KAROLA PEZARRO

door Veronica Hekking

Karola Pezarro heeft als autonoom beeldend kunstenaar en werkend in opdracht, een dubbele verhouding met de ruimte om haar heen. Wanneer zij in opdracht van derden een beeld maakt voor een specifieke plek in de stad geeft zij het beeld een functie in de openbare ruimte waarmee omstanders een relatie kunnen aangaan. Het beeld wordt onderdeel van de omgeving. Anderzijds verzamelt zij sinds enige tijd meer intuďtief indrukken en beelden van de omgeving waar zij zelf woont en werkt. De foto’s vormen de basis voor het project De stad, ik en het beeld.

De openbare ruimte, dat kan een klein park in Dordrecht zijn of de stilte van een begraafplaats, maar ook het vlakke land langs de Hollandsche IJssel. In het Dordrechts park verscheen een heksenkring van terrazzo krukjes. Japanse snoepjes (1998), waarop de kinderen van Dordrecht mogen zitten, die zij mogen aanraken en waar omheen zij mogen rennen. Langs de Hollandsche IJssel staan op verschillende locaties banken en tafels, als tekens de ruimte afbakenend en respect afdwingend voor het water en de waterkant. De beelden zijn gemaakt van koper, messing of brons voor de amforen op de begraafplaats in Gouda, maar ook van moderne materialen zoals aluminium en staal.

Voor beide aspecten van haar werk geldt dat Pezarro zich laat inspireren door plekken en locaties waarmee zij gevoelsmatig een verhouding aangaat. De foto’s die zij op haar fietstochten door Den Haag verzamelt, beschouwt zij als een soort ‘getijdenboek’, een innerlijke route in de tijd. Die ‘innerlijke plattegrond’ loopt parallel aan de plattegrond van de stad of wordt daar overheen gelegd, zodat er een nieuwe persoonlijke geografie ontstaat. Conceptueel vertoont De stad, ik en het beeld daarin sterke gelijkenis met eerdere beelden, vertakte sculpturen die deden denken aan levend koraal, als metafoor voor fysieke wortels, uitwaaierende gedachten en een fascinatie voor de natuur.

Uit: HET ONDER-GEWONE 55 kunstenaars uit Den Haag, een uitgave van Stroom Den Haag 2005.

top